Beginnen met binden


 

 

Als je besloten hebt om zelf je vliegen te gaan binden gaat er werkelijk een geheel nieuwe wereld voor je open. Plotseling moet je je bedienen van fijne instrumentjes en hulpstukken, blijk je toch een leesbril te behoeven, ga je grossieren in allerlei materiaal op klosjes, kaartjes, in doosjes en zakjes en zo voorts. Maar wat ga je in hemelsnaam binden? Wat zal je er op gaan vangen? Welk haakje moet je hebben? En hoe flikken ze ‘m dat listige techniekje toch? Waarom heb je nou net dat veertje dat in een aantrekkelijk patroon staat niet in je collectie? Zomaar wat dingen die door me hoofd schoten uit de periode dat ik zelf de eerste aarzelende bindstappen zette. Nu alweer zowat 40 jaar geleden. En ondanks dat er nu veel en veer meer informatie voorhanden is zijn die vragen nog actueel. Want zelfs als je iemand op Youtube een vliegje ziet binden is het nog helemaal niet zo dat je dit zomaar eventjes nadoet. Je moet dat binden echt eerst goed in je vingers zien te krijgen. En dat kan volgens mij alleen maar door voor jezelf een zekere opbouw van vaardigheden op te bouwen.


 

 

Je eerste ruisvoorn op een zelf gemaakt zwart vliegje vangen is het ultieme beginnersgeluk der lage landen.

 


 

Iedere binder, ooit zelf eens beginner, ontwikkeld zijn eigen bindstijl. Er zijn weinig ervaren binders die patroontjes op volstrekt gelijke wijze binden. Ook jij zal je eigen stijl gaan ontwikkelen. Er zal zelfs een moment komen dat je gaat experimenteren en gaat veranderen van inzichten. Je gaat van patroonbinder naar creatieve binder. Het kan ook zijn dat je je juist in de patroontjes hebt vast gebeten en daar de hoed en de rand van hebt leren ontdekken. Want ook bestaande patronen kennen veel uitdagingen Vooral de oudere patronen waar allerlei bijzonder bindmateriaal voor komt kijken. Of misschien heb je je wel gespecialiseerd in het binden van fraaie zalmvliegen. Hoe het ook zij; je kennis van techniekjes en materiaal is enorm toegenomen en je kunt dat staven door prachtige vangsten. Bedenk dan dat er ook dan weer binders zullen zijn die zojuist begonnen zijn of willen gaan beginnen. Met jou kennis en ervaring kun je hen de helpende hand bieden. Want juist het delen van kennis en informatie is iets wat het vliegvissen zo uniek maakt. Ik wil je in dat vliegbinden alvast een beetje wegwijs in maken met de volgende 10 tips. En voor de invulling verwijs ik je naar de rest van mijn website.

 

 

 

Beginners. Zelden zie je zo jong al fanatiek achter de vice. Deze twee Urker broertjes stalen de show op een binddemonstratie.

 

 

Tip 1)

 


Bepaal eerst eens wat jou visserij inhoud alvorens je gaat binden. Vis je bijvoorbeeld veel in de polder dan kan je daaruit een paar soorten vliegen destilleren die daar juist interessant voor zijn. Dat geldt natuurlijk ook voor als je bijvoorbeeld vrijwel altijd aan de kust, op forelputten, uitsluitend in het buitenland of alleen op roofvis vist. Ga je dan eens oriënteren op de beschikbare patroontjes, lees de ervaringen van anderen op het internet, selecteer het benodigde materiaal en ga aan de slag. Het grootste voordeel hiervan is dat je vliegen gaat maken waar je wat aan hebt en waar je waarschijnlijk mee gaat vangen. Dat voelt goed en motiveert.

 

 

Als je weet waar en hoe je wilt gaan vissen dan is het ineens een stuk minder moeilijk op welke vliegen je moet gaan richten.

 

 

Tip 2)

 

 

Je kunt van alles en nog wat vliegen maken. Beter is het om kennis te vergaren van het effect van je bindmateriaal. Om een voorbeeld te geven: De ene dubbing is absoluut de andere niet. Sommige soorten drijven, ander weer niet. Er is dubbing die zich heel gemakkelijk laat opbrengen en dubbing die nauwelijks op je binddraad te krijgen lijkt. Zelfs de techniek van het dubben is lang niet voor iedereen zomaar even aan te leren. Vaak zie je bij beginners vooral dat men genegen is teveel materiaal op te willen brengen. En dan heb ik het nog alleen maar over de dubbing. Ook voor wat betreft de keuze van goede hackleveren en hoe er mee om te gaan is veel te zeggen. Ik denk dat het belangrijk is je daadwerkelijk achter de vice te laten voorlichten en samen met een meer ervaren binder de foefjes aan te leren en de wetenswaardigheden te verzamelen. Je zult er veel teleurstellingen mee kunnen voorkomen.

 

 

Op een bindavond leer je hoe je je gereedschap moet gebruiken. Hier een vliegje in wording op mijn eigen trouwe Dynaking vice.

 

 

Tip3) Goed gereedschap is het halve werk. Dat lijkt een open deur intrappen maar lang niet alle beginnersets zijn geschikt om fatsoenlijk mee te kunnen werken. Een goede winkelier weet dat en kan wel een gedegen set samenstellen. Dikwijls ook voor een vriendelijke prijs. Maar ook nu weer is internet soms een leuke optie omdat je er goed spul kunt kopen op 2e hands websites als marktplaats. Zo kan het zomaar zijn dat je bijvoorbeeld een prima vice kunt aanschaffen die je eigenlijk wel nieuw had willen kopen maar te duur bleek te zijn. Als gezegd; het advies van je winkelier of van andere vliegbinders die het klappen van de zweep kennen is ook bij het aanschaffen van je materiaal onontbeerlijk. In dat kader is het zeker geen slechte beslissing om je te verenigen in een vliegvisclub. Daar wordt je, ook als beginner, met open armen ontvangen en duchtig ingewijd in zowel het werpen als het binden.

 

Minimaal benodigd beginners bindgereedschap:

 

Vice: Benodigd om je haakje in te klemmen waardoor je twee handen vrij hebt om te binden.

Whipfinisher: Die gebruik je om een vlieg goed af te binden zodat ie niet uit elkaar gaat vallen.

Bobbinholder: Spoelhoudertje waar je binddraad in is geklemd en dat je in staat stelt gemakkelijk je binddraad te wikkelen.

Dubbingnaald: Naald met handvatje waarmee je aangebrachte dubbing kunt uit pulken waardoor het er ruiger uit ziet.

Hackleplayer (verentangetje): Heb je beslist nodig als je een hackle rond de haaksteel wilt binden

Verlichting: Eigenlijk geen gereedschap maar wel onontbeerlijk. Goed licht op je werkstukje werkt zoveel prettiger en voorkomt vermoeidheid van de ogen.

 

 

Kees P. is een van de binders die het oude met het nieuwe heeft weten te verenigen. Daar schuilt de kracht van een innovatieve binder.

 

 


Tip 4) Laat je in het begin niet gek maken door het enorme aanbod aan patroontjes dat er voor handen is. Dat is heden ten dage moeilijker dan in mijn beginjaren. Het digitale aanbod is vrijwel onbeperkt. Vooral de kwaliteiten en eigenschappen die aan sommige van die patronen wordt toegedicht kunnen je in verleiding brengen. Het is echter beslist niet zo dat een heel technisch patroon dat zeer zorgvuldig wordt gebonden meer vis vangt. Wel kan het erg leuk zijn om dergelijke patronen na te binden of zelf te bedenken. Maar ik zou daar fijn mee wachten tot je eerst de veel eenvoudiger patronen goed onder de knie hebt. Dan zal ik je meteen een geheim vertellen. Veel binders die ik ken vissen juist nog steeds met die ‘basis’ patronen en vangen er heel veel vis op. Ook maar weer een voorbeeldje dan. Van nieuw synthetisch bindmateriaal gemaakte snoekstreamers worden tegenwoordig gepresenteerd als het ei van Columbus. Een ‘must a have’. Maar een gedateerde bucktailstreamer, gemaakt volgens een patroon van pakweg 30 jaar geleden, brengt ook nog steeds mooie snoeken op de kant. Het volgen van trends is best leuk maar kan voor een beginner veel onzekerheid oproepen. Kijk dus, in dit geval, eerst eens wat een snoekstreamer moet doen. Juist ja, kleurrijk bewegen op de juiste plek!

 

 

 

Bindmateriaal is er te kust en te keur. Zoek uit wat je nodig hebt om te maken wat je in je hoofd hebt. Dat voorkomt onnodige aanschaf.

 

 

Tip 5) Nog een tip over bindmateriaal. Schaf materiaal aan waarvan je weet dat je er iets mee wilt en kunt. Uiteraard voor vliegen die je wilt gaan toepassen. Ik overwoog een lijstje te maken met basis materiaal  maar heb dat uiteindelijk niet gedaan omdat het een te algemene opsomming zou worden waar niet iedereen wat aan heeft. Want wat moet je nou met hazedubbing als je van plan bent om juist zeebaars te gaan vissen. Net zo min je wat hebt aan een mooie langharige bucktail als je voornemens bent juist in de Ardennen de vlagzalm te willen belagen. Ook hier kan het welgemeende advies van anderen je weer van groot nut zijn. Zo voorkom je miskopen en heb je straks een assortiment materiaal wat je werkelijk ook gaat gebruiken en waarvan je uitvoerig de kwaliteiten en mogelijkheden van kunt uitdiepen. En als de eerste resultaten zich aandien ga je er ook vertrouwen in krijgen. En dat is een heel belangrijk iets. Veel binders raken vertwijfeld of haken zelfs af door onzekerheid over hun eigen bindsels. Bedenk altijd dat een vis met heel andere ogen naar je vlieg kijkt dan jijzelf.

 

 

De ene haak is de andere niet. Beiden zijn maat 12 (respectievelijk Tiemco en Gamakatsu) maar zeer verschillend qua vorm en draaddikte.

 

 

Tip6) Om een vlieg te binden heb je uiteraard een haak nodig. Die zijn er te kust en te keur en zowel zeer voordelig als flink geprijsd. De keuze van een haak is iets waar je in het begin goed op moet focussen. Er is niet zoiets als ‘een’ vliegenhaak maat 12. Die maat 12 staat redelijk vast maar het type haak kan enorm verschillen. Zo zijn er haken die van dun draad zijn vervaardigd, anderen juist weer van dik draad. Handig om te weten want een drijvend vliegje binden op een dikstelige haak is knap lastig. Ook de vorm van de haak kan verschillen. Zo ook de uitvoering van zo’n haak. Je hebt bijvoorbeeld haken met een ruime bocht, een speciale kromming, bestendig tegen zout water, voorzien van listige knikjes, met en zonder weerhaak, lange of juist korte steel enz. enz. En omdat de haak de basis van elke vlieg is dien je je goed te verdiepen in wat je nodig hebt. Het is de haak die niet alleen het fundament is van je vlieg maar ook je vangst moet behouden. Uiteraard kan je je ook hier weer prima laten adviseren door derden. Zou ik zeker in het begin doen als ik jou was. Over het algemeen kun je, ook bij haken, stellen dat goedkoop duurkoop is. Om te oefenen niet zo belangrijk, als je ermee gaat vissen juist wel.

 

 

 

Imitaties van een soldaatje van André M. zij net echt. Maar dit rose vliegje lijkt juist weer op geen enkel bestaand insect.

 

 

Tip 7) Kennis van de insectenwereld is voor het binden van imitaties van echte insecten onontbeerlijk. Gelukkig is daar veel over bekend. Zowel op internet als in de boekhandel tref je uitstekende informatie. Sommige beginnende binders zien er tegen op om die kennis te vergaren. Bedenk dan wel dat voor een hele boel kunstvliegen die kennis niet noodzakelijk is. Streamers bijvoorbeeld lijken niet op insecten maar op een prooivisjes. Ook onder natte vliegen,droge vliegen en nimfen zijn er tal van voorbeelden van vliegen die op geen enkel insect lijken. Een carpball, booby, royal, coachman, green highlander, zalmeitje, grå rede, clouser etc. zijn gekende patronen waarbij insectenkennis totaal niet nodig is. Toch zul je als vliegvisser behoefte krijgen om natuurgetrouwe imitaties van een kokerjuffer, een meivlieg of een larve van een steenvlieg te gaan maken. En daar is die kennis een must voor. Je komt er mee terecht in de ware oorsprong van het vliegvissen die eeuwen geleden werd gelegd. De basis van het huidige vliegvissen. Dus is insectenkennis wel degelijk aanbevolen. Als je je grofweg gaat oriënteren en de hoofdgroepen kan onderscheiden in de diverse stadia van ontwikkeling ben je al een heel eind op weg!

 

 

 

Zien binden doet (beter) binden. En wat is er nu mooier dan er achter te komen bij een ander van wat jij telkens fout doet.

 

 

Tip 8) Om te oefenen is het soms handig de vlieg eerst eens een maatje, of meerder maten groter te binden dan dat het patroon aangeeft. Het is verrassend hoeveel makkelijk zo’n patroon dan te binden is. Dat komt omdat je het beter kunt zien, de handelingen niet priegelig ervaren worden en het resultaat beter te beoordelen is. Al naar gelang de opgedane skills kan je daarna voorzichtig kleiner proberen. Net zo lang totdat je het lekker onder de knie hebt. Gaat er iets fout bij het binden ? Verwijder het materiaal van je haak en begin gewoon opnieuw. Dat geeft even een rot gevoel maar is altijd beter dan een prul van een vlieg. Probeer er achter te komen wat je precies verkeerd deed. Als je dat weet dan ben je feitelijk weer een stap verder. Schakel ervaren hulp in als je er niet zelf uit komt. Uiteindelijk zal er een moment zijn waar je het gevoel krijgt de dingen langzaam maar zeker te doorgronden. Dat is fantastisch want daarmee wordt het enthousiasme gevoed dat zich reeds veel fanatieke heeft geopenbaard.

 

 

 

Het is leuk en praktisch om na verloop van tijd een serietje te binden. Want wat nou als je slechts één vanger hebt en je verspeeld 'm?

 

 

Tip 9) Ben je zover dat je met je eigen vliegen vis hebt gevangen dan is dikwijls het hek van de dam. Je wilt meer vliegen maken. Vaak wil je acuut ook meerdere soorten vliegen binden. Vergeet niet dat de vlieg waarop je ving kennelijk juist een goede was. En als je je basisvaardigheden voor zo’n vlieg op orde hebt kun je er eens een serietje van proberen te binden. Zo is het bijvoorbeeld helemaal niet gek om van een Red Tag er vijf te maken op haakje 14, 5 op haakje 12 en vijf op haak 10. Het zal je opvallen dat het best moeilijk is om een serietje te maken van exact op elkaar gelijkende exemplaren. Bij het binden van een serie ga je, als vanzelf, meer letten op de keuze van je veertje, de lengte van een staartje en de lengte van de fibers van een hackle. Uiteindelijk resuleert dat in meer routinematig en nauwkeuriger binden. Ik ken binders die bij elke serie precies onthouden hoeveel slagen ze een binddraad gaven om bijvoorbeeld een afbindknoop te maken. Het zijn wel díe binders waarvan het lijkt of hun vliegen als het ware gekloond zijn.

 

 

 

Een klein doosje om mee te nemen als je wadend in een stromende rivier stapt is slim. De rest laat je veilig aan de waterkant.

 

 

Tip 10) Bewaar je vliegen in een geschikte en liefst waterproof vliegendoos. Dat kan een eenvoudig vakkendoosje van de bouwmarkt zijn maar ook een van slimme foamsleufjes voorziene vliegendoos van een of ander duurder merk. Maar tussen die twee zit nog een hele markt aan producten. Droge vliegen in zo’n sleufje klemmen is niet praktisch omdat dan de hackle plet. Na langdurig verblijf in zo’n sleufje zal de vlieg nodeloos verfomfaaien. Zo’n vlieg blijft beter in een los vakje. Mits je dat niet vol gaat proppen. Sleufjes zijn juist wel weer handig voor je nimfjes en natte vliegen. Dozen met klemmetjes zijn gedateerd. Logisch want die lieten van geen enkele vlieg wat over. Na het vissen zul je altijd vliegen hebben die drijfnat zijn. Droog ze eerst (thuis) even voordat je ze weer in de vliegendoos doet. Voor dat je het weet slaat de roest toe en kun je je bindsels weggooien. Wat ook handig is te weten dat je bij het waden, en al helemaal op stromend water, je vliegendoos zomaar kunt verliezen als ie eens uit je handen glipt. Laat je collectie op de kant en steek alleen dat bij je wat je wilt gaan gebruiken. Ik heb door schade en schande moeten ervaren hoe het is als een compleet gevulde vliegendoos van je wegdrijft………….Oh ja, ten slotte nog dit, plak op je doos een stickertje met je naam en telefoonnummer. Er bestaan nog steeds eerlijke vinders!

 

 

erikdenoorman

 

Snelbinder van de week 50

 

 

F Fly

 

 

Als er één vlieg genomineerd zou worden als ultieme snelbinder dan maakt de F Fly grote kans. Behalve je binddraad heb je slechts twee CDC veertjes nodig. Of…………..een stukje antron. Het originele patroon is overigens die met de CDC. Maar om de vlieg duurzamer te maken kies ik graag voor antron. Uiteraard zijn de twee materialen niet met elkaar te vergelijken. Daar waag ik me dan ook niet aan. Voor wat de toepasbaarheid zijn er duidelijk wel parallellen. En ik kan uit eigen ervaring meedelen dat een netjes gemaakte antron variant van de F fly in grote lijnen het zelfde effect heeft als ie op het water drijft en dat de vis het verschil niet zal opmerken. Piet W. is een geraffineerde binder als het om CDC vliegjes gaat. Samen met hem en mij binden de cursisten op de workshop vliegvissen aan de Glomma hun vliegjes. Piet uiteraard met zijn CDC, ik met antron. Op beide typen vliegen wordt er goed gevangen. Ik durf gerust te zeggen even goed.

 

 

 

Een CDC F Fly. Voor de eendenkont fanaat.            Een antron F Fly. Voor de binder die voor duurzaamheid kiest.

 

 

De F Fly is een vlieg die zich makkelijk op heel kleine haakjes laat binden. En hoewel ik beslist geen voorkeur heb voor haakje 18, 20 of kleiner zijn er nu eenmaal omstandigheden waar je gewoonweg geen keuze hebt. Het binden van een F Fly vergt geen speciale foefjes. Je zet gewoonweg je binddraad op het haakje en begint er meteen mee een lijfje te wikkelen. Dat lijfje dien je mooi dun te houden. Vervolgens bint je een vleugeltje op uit een tweetal CDC veertjes die je netjes. met de fiberpunten even lang, opbindt. Kies je voor antron dan is het nog makkelijker. Je zet een stukje antron op en knipt het na het vastbinden op maat af.

 

 

 

 

 

 

Onderschat de F Fly niet. Hoe eenvoudig het patroon ook is, je hebt wel één van de best vangende kleine vliegjes aan je leader. De F Fly kan je dag redden. Het is me meer dan eens gebeurt. Door van kleur binddraad, veertjes of antron te wisselen kun je een enorme variatie aanbrengen. Maar die met een zwart lijfje en grijze vleugel is wel mijn favoriet. Ik weet dat sommigen een knalgeel of fluor oranje kopje prefereren.

 

 

erikdenoorman

 
Meer artikelen...
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>