En toch heeft het wel wat

 

Ik sta op de valreep van alweer een tripje naar Noorwegen. Ditmaal voor de jaarlijkse workshop in Koppang en op de gelijknamige camping. Zaterdag vlieg ik er naar toe om de dag erop de cursisten te ontvangen met de collega instructeurs. Altijd spannend wie we nu weer voor ons zullen hebben en wat voor avontuur er ons te wachten staat.

 

Het programma, dat er in het kort op neer komt dat er ’s morgens gebonden en geworpen wordt en ’s middags gevist is best pittig en vreet energie. Maar wat is er nu heerlijker dan dag in dag uit en gedurende een hele week met je hobby bezig te zijn?

 

Prettige bijkomstigheid is wel dat de weersvooruitzichten werkelijk prima zijn. Zakkend water en oplopende temperaturen. Het zal er, als de Noorse meteo niet snel de langetermijnsverwachting drastisch bijstelt, een graad op 18-19 zijn met een zonnetje. De wind zal in elk geval niet dramatisch hard waaien. Dat beloofd in elk geval veel insecten. Normaliter kun je dan in ieder geval op hatchende eendagsvliegen van de baetis familie rekenen. Ook tweede generaties bwo’s behoren tot de mogelijkheden. Verder diverse soorten middelgrote sedges, kleinere zwarte steenvliegen (needleflies). En van voornoemde insecten zullen er stellig ook larven, poppen en, uiteraard, emergers zijn. Vanwege het zakkende water zal het vermoedelijk ook goed zaken doen zijn met grote landinsecten. Vooral de grote bosmier wordt graag door vlagzalm genomen.

 

 

 

Met zulk weer (foto sept.2009) moet het zeker lukken een ieder aan wat fraaie vlagzalmen te laten komen!

 

Ter plekke gaan we met de cursisten binden wat er vliegt, hatcht, kruipt en drijft. Zelf heb ik mijn restanten van afgelopen zomer even snel wat aangevuld en kan ik er. Als het goed is, tegenaan. Tijdens het inpakken van wat bindspul kwam ik die vleugeltjes van J:son weer tegen. Daar had ik warempel van de zomer nog wat mee willen proberen. De vliegjes die ik daarvoor gebonden had kon ik echter nergens zo snel meer vinden. Vandaar dat ik er nog maar even mee aan de slag ging. BWO’s dit keer. Gewoon een stuk of wat om te proberen. Niet mijn geëigende bindstijl maar, gaandeweg, begon ik ze wel mooi(er) te vinden.

 

 

 

 

zijaanzicht                                                                      schuin van achteren gezien

 

 

Ik heb ze dan ook gebonden op, min of meer, de wijze die J:son zelf toepast. De verschillen zitten ‘m in een lijfje van heel dun foam dat geribd is met een binddraad, de karakteristieke vleugeltjes die je zelf uit een velletje moet knippen en in een wingburner voorbereid. Verder een thoraxje van heel fijne dubbing en het subtiele stripje foam dat over de thorax en tussen de vleugels wordt aangebracht.

 

 

 

 

Schuin van voren                                                           De bovenkant van de vlieg

 

 

 

Voor mij doen een aardige klus. Noorman vliegen zijn dikwijls zo klaar. Desalniettemin zijn ze nu gereed en eerlijk is eerlijk…..toch heeft het wel wat.

 

 

 

erikdenoorman

 

(Easternlake) Wooly buggerpraat

 

 

Deze streamer zit al jaren in mijn collectie. Vooral na de legendarische trip naar Canada, nu alweer 9 jaar terug. We kregen er eens een tip om lekker wat te gaan buikbootvissen op het Lund lake of Eastern lake. We beviste beiden maar op het laatstgenoemde meer was het pas echt bal.

 

  

 

 

Dat werd dus heel erg genieten in de Indian summer van British Columbia

 

 

 

Bij aankomst troffen we weliswaar een prachtig meer aan maar er was geen kring of andere activiteit van azende vis waarneembaar. Dat was aanvankelijk niet wat we er van gedacht hebben. Toch hebben we de belleyboot maar opgepompt en zijn we aan de slag gegaan. Inderdaad, met een olijfgroen buggertje. Het genot wat ons ten deel viel was ongelofelijk. Op vrijwel elke worp knalde er bij Marco R, Cornelis van L of bij mij een forse wilde regenboogforel op de bugger. Snel raakten we in een verukkelijke roes die bij een legendarische topdag hoort. Henk M., die aan de kant zat te kijken omdat hij een belleyboottripje niet zo erg zag zitten repte zich toch maar in de auto om, 80 km. verderop, toch maar even een belleyboot te scoren. Ook hij kon daarna meegenieten van de vreetorgie der regenbogen. En dat deed hij. Kijk maar op de volgende foto. Zijn kreet: "Ik word weer kinds" galmt er nòg na!

 

 

 

 

Heerlijk al die kromme topjes toch! En dat vooral dankzij de hierboven afgebeelde olijfgroen/zwarte bugger.

 

 

 

Je begrijpt dat de Easternlake bugger was geboren. En hopelijk ook dat er vier man bijzonder prettige herinneringen koesteren aan die zondagmiddag op de 12e september 2001. 

 

 

Wat we toen (nog) niet wisten is dat zich een paar dagen hiervoor zulke verschrikkelijke aanslagen hadden afgespeeld in de Verenigde staten. Het zou de dag vreselijk overschaduwd hebben.

 

 

De wooly bugger is op afstand de meest universele streamer voor zoet en zout water. Althans zo denk ik. Dit streamertje wordt werkelijk over de gehele aardkloot met succes ingezet voor het bevissen van vrijwel alle soorten roofvis. Vooral forel lijkt er niet genoeg van te krijgen. Maar ook vissen als baars, roofblei, snoekbaars, zeebaars, winde, kopvoorn pakken deze streamer. Zelfs vlagzalm, en dikwijls de echt grote exemplaren worden op een Wooly bugger gevangen. Op reservoirs en forellenputten is de wooly bugger als streamer ook al niet meer weg te denken.

 

 

 

 

Over het algemeen wordt veel met zwarte buggers gevist. En bepaald niet ten onrechte. Zwart is in heel veel gevallen uitstekend.

 

 

 

Volgens mijn bescheiden mening schuilt het ‘geheim’ van deze streamer in haar bewegelijke èn duikelende actie. Dat bewegelijke wordt grotendeels neergezet door de staart die van zacht materiaal als marabou of  zonkerstrip is gemaakt. Het duikelende zit ‘m in de verzwaring aan de kop. Dikwijls diabolo(ketting)oogjes maar ook wel een flinke goudkraal of een conehead.

 

 

Een wooly bugger kan zelfs iedere beginnende binder maken. Het materiaal dat je ervoor nodig hebt is simpel en makkelijk verkrijgbaar en de techniek van het binden verbluffend eenvoudig. Ik maak het mezelf niet graag moeilijker dan noodzakelijk en bind mijn buggers doorgaans zo:

 

 

 

Het staartje is van marabou met wat glitter. Daarna zet ik furry foam en een hackle op om een bodie te maken.

 

 

 

 

Eerst wikkel ik een bodie van het furry foam, daarna draai ik de hackle er omheen. Het karakteristieke kettingoogje wordt opgezet waarbij ik de binddraad met secondelijm indruppel.

 

 

 

Zo voldoet dit patroon, dat je in enkele minuten maakt, prima. Lak wel het kopje een paar keer.

 

 

 

Het kan nooit kwaad wat wooly buggers bij je te steken. Op momenten dat je juist die mooie vis ziet draaien die weigert een droge vlieg of nimf te nemen kun je vaak toch succes hebben met een Wooly bugger. Ze imiteren behalve kleine visjes ook met succes larven van grote aquatische insecten zoals de libelle. Op zee kan ik me zelfs voorstellen dat ze ook sommige garnalen voldoende neerzetten om door een vis interessant gevonden te worden. Ook op onze grote rivieren zijn, als je gericht met wooly buggers vist verassende vangsten te scoren. Alleen al vanwege de veelzijdigheid aan soorten die je ermee kunt vangen. 

 

 

 

erikdenoorman

 
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>